Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.
6.4. Indien het Ierland I-arrest ook geldt voor uitdelingen van Nederlandse winsten door Nederlandsrechtelijke lichamen die niet van meet af aan in het buitenland gevestigd waren, maar daarheen verplaatst zijn nadat zij die Nederlandse winsten gemaakt hadden, is het curieuze resultaat dat indien de belanghebbende niet naar de Antillen, maar naar Luxemburg (of enig ander verdragsland met een bepaling conform art. 10, lid 5, OESO-Model) verplaatst was, Nederland niet zou mogen heffen (art. 10, lid 7, Verdrag met Luxemburg). Gezien de boven (onderdeel 4) weergegeven wetsgeschiedenis, zou Nederland evenmin mogen heffen indien de aandeelhouders van de belanghebbende niet naar België, maar met hun BV mee naar de Antillen waren verhuisd (behoudens misbruik in de zin van art. 34, lid 2, 2e volzin, BRK, waarvan in casu feitelijk door het Hof is vastgesteld dat het zich niet voordoet).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 56613 tot 57516.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c | shasum -a 256