Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.
6.6. De parlementaire geschiedenis (zie 6.1 hierboven) suggereert dat als de Rijkswetgever zich had gerealiseerd dat Nederland wèl een (soort van) secondary withholding tax hief door de toepassing van art. 1, lid 3, Divb., hij - behoudens voor misbruiksituaties - een bepaling in de BRK zou hebben opgenomen conform art. 10, lid 5, OESO-Model. Feitelijk heeft hij dat echter niet gedaan. De werking van art. 1, lid 3, Divb. is bovendien, zoals bleek, niet identiek aan die van een secondary withholding tax, maar inconsequent (enerzijds minder extraterritoriaal, anderzijds extraterritorialer). Wij weten niet (zeker) wat de Rijkswetgever gedaan zou hebben als hij beter nagedacht had. Daarom meen ik dat belanghebbendes standpunt niet gehonoreerd kan worden op grond van een wetshistorisch gelegitimeerde "inlezing" in de BRK van een bepaling met de strekking van art. 10, lid 5, OESO-Model. U zou naar mijn mening te veel de niet-rechterlijke rol van Rijkswetgever op u moeten nemen om tot dat oordeel te geraken. Hoewel de belanghebbende hier bepaald een punt heeft, concludeer ik dat het geen winnend punt is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 60309 tot 61436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c | shasum -a 256