Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Alinea 125 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.
7.2. De daaraan ten grondslag liggende redenering is de volgende: doordat het verdrag met (bijvoorbeeld) het VK het VK aanwijst als enige vestigingsplaats van de BV, al is dat slechts voor de toepassing van het verdrag met het VK, is de BV in Nederland feitelijk nog slechts onderworpen voor binnenlandse inkomensbestanddelen, dus als een soort buitenlands belastingplichtige (de binnenlandse - onbeperkte - belastingplicht is immers exclusief overgegaan naar het VK). Een persoon die slechts zo beperkt onderworpen is, wordt volgens de Staatssecretaris door art. 4, lid 1, laatste volzin, van het OESO-Modelverdrag uitgesloten van het inwonersbegrip. Voor de toepassing van het belastingverdrag met de derde Staat is deze BV dus geen inwoner van Nederland, zodat geen woonplaatsverklaring afgegeven kan worden(20). De Staatssecretaris nam dit standpunt in ondanks het bestaan van de vestigingsplaatsfictie van art. 2, lid 4, Wet Vpb. die tot het wèl aannemen van inwonerschap zou moeten voeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 62521 tot 63530.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c | shasum -a 256