Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 130 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.

8.1. De belanghebbende beroept zich in haar vertoogschrift in cassatie op de non-discriminatiebepalingen van art. 1, lid 1, BRK, art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM juncto art. 1, Eerste Protocol EVRM. Dit beroep is voor het Hof niet gedaan. Het cassatieberoepschrift (van de Staatssecretaris) dateert van vóór 1 september 1999 (invoering hoofdstuk 8 Awb). Belanghebbendes vertoogschrift kan dus, gezien het overgangsrecht, niet als (voorwaardelijk) incidenteel beroep in cassatie gelden. Niettemin kunnen wij in cassatie in belastingzaken zowel onder het oude als onder het huidige procesrecht buiten de middelen gaan en zijn wij gehouden van ambtswege de rechtsgronden aan te vullen (art. 48 Rv. per analogiam). De Staatssecretaris kon in zijn cassatieberoepschrift weliswaar geen rekening houden met belanghebbendes pas bij cassatievertoog gedane beroep op de genoemde nondiscriminatiebepalingen, maar hij was wel in de gelegenheid om, indien hij op dat beroep wilde reageren, tijdig pleidooi te vragen. Dat heeft hij niet gedaan. Hij kan bovendien desgewenst nog reageren op deze conclusie, hetgeen mijns inziens wenselijk zou zijn met betrekking tot de rechtvaardigingsgronden voor ongelijke behandeling: het is denkbaar dat noch ik, noch u alle relevante rechtvaardigingsgronden voor het litigieuze onderscheid naar oprichtingsrecht weten te bedenken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 65761 tot 67127.