Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.

8.9. De getroffen maatregel is, kortom, zowel inadequaat als disproportioneel, zoals ook in onderdeel 6.3 hierboven reeds bleek. Dat het ook anders kan (dus dat ook uitvoerbaarheidsproblemen kennelijk geen rechtvaardiging voor die inadequatie en disproportionaliteit zijn), blijkt uit het bestaan van art. 49, lid 4, Wet IB. Die bepaling heeft dezelfde strekking (claimbehoud bij zetelverplaatsing vanuit Nederland) en bedient haar doel met hetzelfde middel (vestigingsplaatsfictie), maar abstraheert terecht van de in dit verband irrelevante nationaliteit van het verplaatste lichaam. Art. 49, lid 4, Wet IB knoopt aan bij datgene waar het (bij de aanmerkelijk-belangheffing) wèl om gaat, nl. het gedurende langere tijd in Nederland feitelijk gevestigd zijn geweest van het verplaatste lichaam (voor de dividendbelasting zou de wetgever nog iets verder kunnen gaan, nl. aanknoping bij de (Nederlandse) oorsprong van de uitgedeelde winst van het verplaatste lichaam).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 75137 tot 76118.