Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.
8.17. Ik meen daarom dat belanghebbendes beroep op het discriminatieverbod van art. 26 IVBPR in beginsel slaagt. De geconstateerde discriminatie kan op twee manieren opgeheven worden: door ook de belanghebbende te verschonen van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, of door ook niet-Nederlandsrechtelijke lichamen in overigens gelijke omstandigheden aan die inhoudingsplicht te onderwerpen. Het eerste ligt binnen uw mogelijkheden, het tweede niet. Art. 2, lid 3, IVBPR, eist een effectief rechtsmiddel en daadwerkelijk rechtsherstel ingeval van schending van art. 26 IVBPR. Die bepaling dwingt mijns inziens echter geenszins tot proliferatie van ongerechtvaardigde privileges. Dat zou een paard achter de wagen opleveren. Het ongerechtvaardigde privilege voor niet naar Nederlands recht opgerichte lichamen moet naar mijn mening juist weggenomen worden. Deze tweede mogelijkheid ligt echter buiten uw bereik omdat u geen wetgever bent.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 91465 tot 92422.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c | shasum -a 256