Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.
8.18. De wetgever heeft zich niet gerealiseerd dat art. 1, lid 3 Divb. (mede) werkt als een grove secondary withholding tax en heeft zich bij de invoering van die bepaling in 1964 evenmin gerealiseerd dat zij een probleem zou kunnen opleveren in het licht van art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM. De wetgever dient daarom mijns inziens de gelegenheid te krijgen de kwestie te regelen zoals hem naar huidig discriminatie-inzicht beter dunkt. Tegelijkertijd heeft dan de Rijkswetgever de gelegenheid zich met huidige inzichten gewapend opnieuw te bezinnen op de mogelijke wenselijkheid van opneming in de BRK van een bepaling naar luid van art. 10, lid 5, OESO-Modelbelastingverdrag. Doet de wetgever niets, dan zal de rechter op grond van art. 2, lid 3, en 26 IVBPR te eniger tijd aan belanghebbenden rechtsherstel moeten gaan bieden. U zou de wetgever daarop kunnen wijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 92442 tot 93322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c | shasum -a 256