Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 157 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.

8.20. Ik merk niettemin op dat er ook drie argumenten zijn om reeds deze belanghebbende in het gelijk te stellen. Het juridische argument is dat art. 2, lid 3, IVBPR bij een geconstateerde schending daadwerkelijk rechtsherstel eist, al is niet helemaal duidelijk wat dat betekent (zie daarover 8.22 en volgende). Het (rechts)politieke argument is dat de wetgever wellicht aanzienlijk sneller zal zijn met het nationaliteitsneutraal formuleren van art. 1, lid 3, Divb. als u de belanghebbende in het gelijk stelt. Het wetshistorische en systematische argument is dat de parlementaire geschiedenis van de BRK er op duidt dat de wetgever een zoveel mogelijk OESO-Modelconforme regeling wenste en dat hij een verbod op extralandelijke heffing van dividendbelasting opgenomen zou hebben conform art. 10, lid 5 OESO-Modelverdrag (behoudens voor misbruiksituaties) indien hij zich gerealiseerd had dat art. 1, lid 3, Divb. in wezen een mede (ruwe) secondary withholding tax inhoudt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 94033 tot 95022.