Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.

2.6. Het Hof verstaat belanghebbendes primaire stelling aldus - vermoedelijk op grond van hetgeen de belanghebbende bij pleitnota voor het Hof uiteindelijk zelf als primair standpunt formuleert - dat het Verdrag met België in casu heffing van Nederlandse dividendbelasting zou verbieden (r.o. 4.1, 2e alinea, Hof). Het Hof komt tot de conclusie dat die stelling niet juist is, maar ziet daarbij "vooralsnog" af van de mogelijke werking van art. 34, lid 2, BRK (r.o. 4.1, 1e alinea, Hof). Belanghebbendes primaire stelling hangt echter geheel op de door haar voorgestane werking van art. 34, lid 2, BRK, zodat het Hof een andere stelling behandelt dan de door de belanghebbende naar voren gebrachte. Op die basis acht het Hof de belanghebbende inwoner van Nederland voor de toepassing van het Verdrag met België. Dat verbaast niet, nu het Hof immers heeft afgezien van de mogelijke invloed van art. 34, lid 2, BRK: alsdan geldt art. 1, lid 3, Divb. onverkort. Maar de invloed van art. 34, lid 2, BRK is juist de kern van het geschil voor het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 15246 tot 16307.