Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.

3.3. Gevreesd werd - bij de herziening van de BRK in 1985 - dat Nederland bij dergelijke uitdelingen onverkort dividendbelasting zou kunnen heffen omdat noch art. 11, noch art. 20 hem dat heffingsrecht zou ontnemen: voor de toepassing van de BRK zou het om een interne Antilliaanse uitdeling gaan (van de Antillen naar de Antillen) waarop de BRK niet ziet, zodat art. 1, lid 3, Divb. gewoon zou gelden. Nederlandse dividendbelastingheffing in dergelijke sitiuaties werd uit een oogpunt van (on)evenwichtigheid in vergelijking met de spiegelbeeldsituatie (sic(2)) ongewenst bevonden, behalve in misbruiksituaties (antifiscale zetelverplaatsing), en daarom werd de tweede volzin toegevoegd: enerzijds om Nederland een mogelijk heffingsrecht te ontnemen (eerste deel tweede volzin), anderzijds om heffingsrecht juist te verzekeren bij antifiscale zetelverplaatsing (laatste deel volzin). Het eerste zinsdeel van de toevoeging bewerkstelligt echter niet wat ermee beoogd werd. De gehele gedachtengang lijkt zelfs innerlijk tegenstrijdig: een uitdeling van een Nederlands/Antilliaanse dual resident BV aan een inwoner van de Antillen is immers alleen dan een interne Antilliaanse aangelegenheid indien de tie break van de eerste volzin ook voor de dividendbelasting zijn werk reeds gedaan heeft. En andersom: indien (hoofdstuk II van) de BRK niet op een dergelijke uitdeling ziet, dan ziet de tie break daar ook niet op en heeft het dus ook geen zin om te dien einde in de tie break te gaan morrelen, want dat verandert dan niets. Dan had men in art. 11 of art. 20 moeten gaan morrelen, om dier werking uit te breiden. Dit is slechts anders indien de tie break ook zou gelden voor situaties die niet onder de (overige bepalingen van de) BRK vallen, maar dat is precies het standpunt dat de Staatssecretaris bestrijdt, en mijns inziens terecht, zoals ik hieronder zal motiveren. De tie break beperkt mijns inziens niet zelfstandig de heffingsbevoegdheid, doch doet dit slechts doordat zij verwijzingen naar inwonerschap in de toewijzingsbepalingen invult. Als men niet toekomt aan een toewijzingsbepaling, zoals in casu (de art. 11 en 20 BRK zijn in casu immers geen van beide van toepassing omdat de ontvangers van het dividend noch in Nederland, noch in de Antillen wonen), komt men ook niet aan de tie break toe omdat er helemaal geen tie is die broken zou moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 19385 tot 21768.