Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.

3.4. Uit de hieronder opgenomen parlementaire discussie wordt wel min of meer duidelijk wat de wetgever beoogde met de tweede volzin van art. 34, lid 2, BRK, maar het zou de praktijk en de rechtspraak zeer helpen als die discussie (en de formulering van de BRK op dit punt) nog eens over gedaan werd, maar dan zonder misverstanden. Wellicht nog beter zou het overigens zijn als vestigingsplaatsficties op basis van oprichtingsrecht afgeschaft zouden worden, want zij zijn inherent discriminatoir, ofwel in positieve zin (zij geven toegang tot regelingen die in beginsel alleen voor "echte" inwoners zijn bedoeld en die aan "echte" niet-inwoners worden onthouden, bijvoorbeeld fiscale eenheid(3) en verdragsbescherming, waardoor allerlei wetsvervuilende, partieel-terugtrekkende manoeuvres in dergelijke regelingen nodig worden(4)), ofwel in negatieve zin (zij onderwerpen Nederlandsrechtelijke rechtspersonen, ook als zij feitelijk niets met Nederland te maken hebben, aan regelingen waar vreemdrechtelijk opgerichte lichamen in overigens gelijke omstandigheden verschoond van blijven, met alle mogelijke gevolgen van dien, gezien de vele vigerende inter- en supranationale discriminatie- en belemmeringsverboden). U zie over deze mogelijke gevolgen mijn behandeling van belanghebbendes beroep op non-discriminatie in onderdeel 8 hieronder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 21788 tot 23141.