Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0296.
3.5. In de parlementaire geschiedenis van de BRK zijn geen aanwijzingen te vinden dat art. 34, lid 2, BRK erga omnes zou moeten werken. Integendeel. U zie onderdeel 4 hieronder. Ook de jurisprudentie steunt belanghebbendes standpunt niet. U zie onderdeel 5 hieronder. Er zijn niettemin drie punten die twijfel kunnen doen rijzen. In de eerste plaats de genoemde toevoeging van de tweede volzin aan art. 34, lid 2, BRK, die voor wat betreft zijn eerste deel alleen zin heeft als de tie break van de eerste volzin wèl extra-Rijkswettelijke werking zou hebben. Dat is echter ongerijmde bewijsvoering, gezien de (hieronder opgenomen) onduidelijke parlementaire discussie over die toevoeging. Gezien de ratio van de toevoeging, had zij immers juist niet toegevoegd moeten worden, althans niet in art. 34, lid 2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c, en de alinea staat in dat document op bytes 23161 tot 23982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bb560ef7fa4951e027f116d31f34fa953266e2f77533966067f2e3c154d874c | shasum -a 256