Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0379.

12) Onderdeel II.3.C klaagt dat het hof bij de uitleg van de overeenkomst ten onrechte aan de "memo of understanding" geen betekenis heeft toegekend. 's Hofs oordeel houdt in dat de koopovereenkomst eerst twee maanden na het memo of understanding tot stand is gekomen, terwijl in die periode allerlei punten nog moesten worden uitgewerkt en dat daarom aan dit memo geen doorslaggevende betekenis toekomt. Dit oordeel komt overeen met dat van de rechtbank (r.o. 5.1 derde alinea), waarnaar het hof verwijst. Het hof heeft de in het memo of understanding geformuleerde uitgangspunten kennelijk te vaag geacht om op grond daarvan te oordelen dat partijen bij de overeenkomst iets anders bedoelden dan uit de tekst daarvan voortvloeit. Dat oordeel is feitelijk, niet onbegrijpelijk en niet onvoldoende gemotiveerd. Dat partijen over de beraadslagingen van de pensioendeskundigen niet hebben gedebatteerd, doet daar niet aan af. Het hof is met zijn overwegingen ook niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f631029d2930a084c8b8a9494e55af994d0680d76ae398385f4476e607c0d247. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f631029d2930a084c8b8a9494e55af994d0680d76ae398385f4476e607c0d247, en de alinea staat in dat document op bytes 24670 tot 25696.