Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0379.

Allereerst merk ik op dat de vraag of de voorziening beleggingen een bezitting is, een kwestie is van uitleg van de overeenkomst. Daarmee is deze kwestie in beginsel van feitelijke aard. Het oordeel van het hof kan dus slechts op motiveringsgebreken worden getoetst. Weliswaar komt het begrip "voorziening" ook in de wet voor, nl. in art. 2:374 BW, doch de vraag of in overeenstemming met dit artikel op de balans een voorziening is opgenomen, is hier niet aan de orde. Bij de beoordeling van de vraag of de voorziening beleggingen een bezitting is, kunnen boekhoudkundige inzichten op zichzelf wel een rol spelen, doch zij zijn niet beslissend. Dus is de aanduiding van de voorziening beleggingen als "vreemd vermogen" in boekhoudkundige zin niet bepalend voor de beantwoording van de vraag of dit al dan niet een bezitting van het BT-pensioenfonds is. Het feit dat een bepaalde vermogensbestanddeel niet vrij beschikbaar is, omdat het ergens voor is gereserveerd, neemt niet weg dat wel degelijk sprake kan zijn van een bezitting in de zin van de overeenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f631029d2930a084c8b8a9494e55af994d0680d76ae398385f4476e607c0d247. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f631029d2930a084c8b8a9494e55af994d0680d76ae398385f4476e607c0d247, en de alinea staat in dat document op bytes 27333 tot 28408.