Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0380.

9. Zo al niet op grond van art. 2 EEX ([eiser], verweerder in eerste aanleg, heeft woonplaats in Nederland), dan toch op grond van art. 18 EEX ([eiser] is op de inleidende dagvaarding verschenen zonder de exceptie van onbevoegdheid op te werpen) was de President bevoegd om van de vorderingen van [verweerder] kennis te nemen, tenzij de vorderingen van [verweerder] geacht moeten worden betrekking te hebben op de besluiten van een orgaan van Olympia France als bedoeld in art. 16 lid 2 EEX, in welk geval, gelet op de plaats van vestiging van Olympia France, niet de Nederlandse rechter, doch bij uitsluiting de gerechten van Frankrijk bevoegd zijn (art. 16 aanhef en art. 18 slot EEX). Niettemin zou ook wanneer de vordering geacht moet worden betrekking te hebben op een onderwerp als bedoeld in art. 16 lid 2 EEX de Nederlandse kortgedingrechter bevoegd kunnen zijn, indien art. 24 EEX, dat toestaat voorlopige of bewarende maatregelen die in de wetgeving van een verdragsluitende staat zijn voorzien bij de rechterlijke autoriteiten van die staat aan te vragen, zelfs indien een gerecht van een andere verdragsluitende staat krachtens het verdrag bevoegd is van het bodemgeschil kennis te nemen, aan art. 16 EEX derogeert en de door [verweerder] gevraagde voorzieningen aangemerkt kunnen worden als voorlopige of bewarende maatregelen in de zin van art. 24 EEX.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea, en de alinea staat in dat document op bytes 13481 tot 14861.