Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0380.

14. In de literatuur, met name de Duitse, overheerst de enge opvatting. Zie o.a. Bülow/Böckstiegel, Der internationale Rechtsverkehr, losbl., EWG-Übereinkommen, Art. 16, blz. 606. 135 (Müller); Geimer/Schütze, Europäisches Zivilverfahrensrecht, 1997, blz. 279 e.v.; Kropholler, a.w., blz. 215. Zie ook H. Gaudemet-Tallon, Les Conventions de Bruxelles et de Lugano, 2e éd. 1996, blz. 67. Vlas, a.w., nr. 214 e.v., lijkt zich aan te sluiten bij de enge opvatting, maar maakt enkele uitzonderingen. P. Kaye, Civil Jurisdiction and Enforcement of Foreign Judgments, 1987, blz. 946, lijkt geneigd tot de ruimere opvatting ("proceedings concerning the internal management of companies"), maar wijst erop dat er in ieder geval een grens getrokken moet worden, omdat anders geweld wordt gedaan aan de strekking van de exclusieve bevoegdheidsregel van art. 16 lid 2 EEX (blz. 945).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea, en de alinea staat in dat document op bytes 18166 tot 19059.