Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0380.

20. Met betrekking tot de vraag of in het stelsel van de bevoegdheidsregeling van het EEX een antwoord besloten ligt op de vraag naar de verhouding tussen art. 24 EEX en art. 16 EEX, kan gewezen worden op de overweging in HvJ EG 17 november 1998, zk C-391/95, Van Uden/Deco-Line, Jur. 1998, blz. I-7091, NJ 1999, 339 nt. PV (herhaald in HvJ EG 27 april 1999, zk C-99/96, Mietz/Interschip, Jur. 1999, blz. I-2299), dat art. 24 EEX een aanvullende bepaling is, die geen deel uitmaakt van het stelsel van de artt. 2 en 5 t/m 18 EEX (r.o. 20). Daarin ligt echter nog geen sluitend antwoord besloten op de vraag of andere gerechten dan de door art. 16 EEX als exclusief bevoegd aangewezen gerechten, gelet ook op de ratio van art. 16 EEX, aan art. 24 EEX bevoegdheid kunnen ontlenen tot het treffen van voorlopige of bewarende maatregelen op de in art. 16 EEX genoemde terreinen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea, en de alinea staat in dat document op bytes 24190 tot 25077.