Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0380.

25. Hoewel het Nederlandse kort geding in beginsel wordt bestreken door art. 24 EEX, heeft het Hof van Justitie in de zojuist genoemde arresten evenwel een uitzondering gemaakt voor het zgn. incasso-kort geding, d.w.z. het kort geding waarin bij wege van voorlopige voorziening veroordeling tot betaling van een voorschot op een contractuele tegenprestatie wordt gevorderd. Een zodanig kort geding kan niet als een voorlopige maatregel in de zin van art. 24 EEX worden aangemerkt, "tenzij gegarandeerd is dat het toegewezen bedrag aan de verweerder wordt terugbetaald indien de eiser in het bodemgeschil in het ongelijk mocht worden gesteld, en de gevorderde maatregel slechts betrekking heeft op vermogensbestanddelen van de verweerder die zich in de territoriale bevoegdheidssfeer van de aangezochte rechter (zullen) bevinden", aldus het Hof van Justitie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea, en de alinea staat in dat document op bytes 27391 tot 28262.