Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0380.

26. Hoewel de vorderingen van [verweerder] niet strekken tot veroordeling tot betaling "van een voorschot op een contractuele tegenprestatie" vertonen zij daarmee wel verwantschap, aangezien zij niet strekken tot handhaving van een feitelijke of juridische situatie ter bewaring van rechten waarvan de erkenning langs andere weg wordt gevraagd voor de rechter die van het bodemgeschil kennis neemt (vgl. HvJ EG 26 maart 1992, zk C 261/90, Reichert II, Jur. 1992, blz. I-2149, NJ 1996, 315; herhaald in Van Uden/Deco-Line en Mietz/Intership), maar tot nakoming van een toezegging. De vraag kan daarom gesteld worden of de beslissing van het Hof van Justitie met betrekking van de status van het incasso-kort geding onder art. 24 EEX hier niet van overeenkomstige toepassing is. Dat zou betekenen dat de President op grond van art. 24 EEX slechts bevoegd is om de door [verweerder] gevraagde voorlopige voorzieningen te treffen, indien gegarandeerd is dat de maatregelen worden teruggedraaid, wanneer [verweerder] in het bodemgeschil in het ongelijk mocht worden gesteld, en dat, indien zo'n garantie niet gegeven kan worden, bijv. omdat de maatregelen, eenmaal uitgevoerd, niet of bezwaarlijk ongedaan gemaakt kunnen worden, de President aan art. 24 EEX geen bevoegdheid kan ontlenen. Bovendien zou, gezien de nadere uitwerking die het Hof van Justitie voor het incasso-kort geding heeft gegeven aan de voorwaarde dat er een reële band moet bestaan tussen het voorwerp van de gevorderde maatregel en de op territoriale criteria gebaseerde bevoegdheid van de verdragsluitende staat van de aangezochte rechter, hier wellicht de eis moeten worden gesteld dat de gevorderde maatregelen slechts betrekking kunnen hebben op een handelen of nalaten in het rechtsgebied van de aangezochte rechter. Een grensoverschrijdend verbod of gebod (de van [eiser] gevorderde handelingen dienen gedeeltelijk, met name voor zover zij gericht zijn op het entameren van een gerechtelijke procedure tegen [betrokkene A] voor de Franse rechter, buiten Nederland plaats te vinden) zou dan onder art. 24 EEX niet mogelijk zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6df608399ae11a3e8401845bc8574f123adb494f4467f7d811bf32006228bcea, en de alinea staat in dat document op bytes 28282 tot 30403.