Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0382.

2.3 In de praktijk - en zo ook in het onderhavige geval - blijkt dat vele echtgenoten staande het huwelijk niet tot verdeling overgaan. Bij het beëindigen van het huwelijk(6) dient dan alsnog het onverteerd gebleven vermogen te worden verdeeld. De Hoge Raad heeft beslist dat in een dergelijk geval ook hetgeen door (her)belegging van dit onverteerd gebleven inkomen is verworven, gedeeld dient te worden.(7) De achterliggende gedachte is dat als de verdeling jaarlijks had plaatsgevonden, het aldus gedeelde inkomen door beide echtgenoten privé had kunnen worden belegd.(8) Inkomen uit andere bron dan valt aan te merken als inkomen in de zin van het AVB - te denken valt aan een erfenis, een schenking of het winnen van een prijs in een loterij - hoeft echter niet te worden verrekend. Hetgeen door belegging of waardevermeerdering van dergelijke baten is verworven, evenmin. Hetzelfde geldt voor (waardestijging van) bij het aangaan van het huwelijk aan één der echtelieden privé toebehorende zaken. (9)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46, en de alinea staat in dat document op bytes 13716 tot 14741.