Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0382.

2.15 Samenvattend kan worden opgemerkt dat in het vermogensrecht, het belastingrecht en de accountancy niet één onder alle omstandigheden geldige maatstaf is ontwikkeld voor het bepalen van de waarde van incourante aandelen. De toepasselijke maatstaf is telkens afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van het gegeven geval. Voor de toetsing in cassatie betekent dit, dat de maatstaf waarnaar de waardebepaling dient plaats te vinden, in beginsel heeft te gelden als een feitelijke kwestie en dus niet op juistheid kan worden beoordeeld. Wel kan in cassatie worden getoetst of de keuze van de toegepaste maatstaf met begrijpelijke argumenten is gemotiveerd en voorts of die maatstaf op begrijpelijke wijze is toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46, en de alinea staat in dat document op bytes 23601 tot 24340.