Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0382.

3.13 Dit uitgangspunt mist feitelijke grondslag, zodat het middel geen succes kan hebben. Een redelijke uitleg van 's hofs beschikking biedt immers geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat het hof voor de rentabiliteitswaarde als maatstaf voor verrekening heeft gekozen om een andere reden, dan dat aldus de continuïteit van de onderneming van de man zoveel mogelijk was verzekerd, mede gelet op het feit dat de BV waarin die onderneming wordt gedreven, niet over een direct uitkeerbare winst beschikt. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Daarin komt geen verandering indien de deskundige in zijn rapport zou hebben gesteld - hetgeen ik daarin echter niet kan lezen - dat waarderingsdeskundigen een voorkeur hebben voor een waardering van een onderneming op basis van de discounted cash flow-methode, omdat het hof aan het oordeel van deskundige(n) niet is gebonden en het voldoende duidelijk heeft gemaakt welke overwegingen voor hem van beslissende betekenis zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46, en de alinea staat in dat document op bytes 33116 tot 34115.