Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0382.
3.18 Ook onderdeel d klaagt over de waardering van de viscontingenten. In het kader van de geruisloze inbreng van het eenmansbedrijf van de man in diens BV, diende hetgeen werd ingebracht op de voet van artikel 2:204a BW te worden gewaardeerd. Volgens dat artikel moet daarbij de waarderingsmethode vermeld worden; die methode dient te voldoen aan normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. De inbreng heeft plaatsgevonden op 25 augustus 1995. De peildatum voor de waardering in het kader van de onderhavige verdeling is 1 april 1996. De viscontingenten zijn - zoals gezegd - in het kader van de geruisloze inbreng gewaardeerd op f 3.893.580,=. De deskundige is uitgegaan van een waarde van f 1.946.790, =, zijnde 50 % van de in het kader van de inbreng vastgesteld waarde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46, en de alinea staat in dat document op bytes 36835 tot 37656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d944df858bbf0f4d5b76a393698642f14044f1454bfcd8d27d3f94fac2b60d46 | shasum -a 256