Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0384.
2.10. De officier van justitie en de rechtbank hebben zich waarschijnlijk laten leiden door praktische motieven: waarom in november 2000 nog een onderzoek van een niet bij de behandeling betrokken psychiater vragen, als een recent rapport over betrokkene (nl. dat van 31 oktober 2000, opgemaakt t.b.v. de vordering machtiging voortgezet verblijf) reeds voorhanden was? Ik ben niet wars van een praktische oplossing: indien de officier van justitie of de rechtbank deze oplossing aan betrokkene en diens advocaat zou hebben voorgelegd en deze zich ermee zouden hebben verenigd dat de artikel 16-verklaring (bijlage 2) werd gebruikt als ware het een art. 5-verklaring (bijlage 1), zou het vormverzuim zijn gedekt. Van de zijde van betrokkene is in feitelijke aanleg echter uitdrukkelijk bezwaar gemaakt tegen het ontbreken van een verklaring van een "onafhankelijk" psychiater. In die situatie stond het de rechtbank niet vrij, aan dit wettelijk vereiste voorbij te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ab2b25e02336378cd2c704bd18564073757b1142b44a926ebd7cc0508b8209a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ab2b25e02336378cd2c704bd18564073757b1142b44a926ebd7cc0508b8209a, en de alinea staat in dat document op bytes 15477 tot 16459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ab2b25e02336378cd2c704bd18564073757b1142b44a926ebd7cc0508b8209a | shasum -a 256