Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0384.

2.16. Een voorlopige machtiging kan voor ten hoogste zes maanden worden gegeven. De rechtbank heeft op 20 juli 2000 de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toegewezen (voor vier maanden) en gedeeltelijk afgewezen (voor twee maanden). Het eerste cassatieberoep moet m.i. geacht worden te zijn gericht tegen de eerste beschikking voor zover daarin de vordering werd toegewezen. Na vernietiging en verwijzing was niet langer de vraag aan de orde of de vordering van de officier van justitie in volle omvang kon worden toegewezen, maar de vraag of de vordering van de officier van justitie voor een tijdvak van vier maanden kon worden toegewezen. Dat het om een ex nunc-beoordeling gaat, doet m.i. hieraan niet af. Nu het middel niet klaagt over overschrijding van de grenzen van de rechtsstrijd en ambtshalve cassatie in dit type zaken niet is toegestaan(12), kan hieraan geen consequentie worden verbonden voor dit cassatieberoep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ab2b25e02336378cd2c704bd18564073757b1142b44a926ebd7cc0508b8209a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ab2b25e02336378cd2c704bd18564073757b1142b44a926ebd7cc0508b8209a, en de alinea staat in dat document op bytes 21380 tot 22336.