Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0384.
2.17. Indien er een voorafgaande machtiging is, wordt de geldigheidsduur daarvan van rechtswege verlengd: de geneesheer-directeur behoeft geen ontslag uit het ziekenhuis te verlenen indien de officier van justitie tijdig (d.w.z. vóór het verstrijken van de geldigheidsduur) een opvolgende machtiging tot voortgezet verblijf heeft gevorderd en aan de verdere voorwaarden van art. 48 lid 1, aanhef en onder b, Wet Bopz is voldaan(13). Indien er géén voorafgaande titel van vrijheidsbeneming is, zal echter aangenomen moeten worden dat de vernietiging van een beschikking, waarbij de machtiging wordt verleend, terstond tot beëindiging van de dwangopneming dient te leiden(14). De tenuitvoerlegging van de beschikking van 20 juli 2000 eindigde derhalve op 3 november 2000(15). Een patiënt kan na beëindiging van de dwangopneming nog wel vrijwillig in het ziekenhuis blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ab2b25e02336378cd2c704bd18564073757b1142b44a926ebd7cc0508b8209a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ab2b25e02336378cd2c704bd18564073757b1142b44a926ebd7cc0508b8209a, en de alinea staat in dat document op bytes 22356 tot 23247.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ab2b25e02336378cd2c704bd18564073757b1142b44a926ebd7cc0508b8209a | shasum -a 256