Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0439.
Met betrekking tot de vraag of de niet verschenen getuige [getuige 1] alsnog dient te worden gehoord heeft het hof zich onmiddellijk beraden en overweegt het hof als volgt. Bij voornoemd interlocutoir arrest d.d. 22 september 1999 heeft het hof beslist dat het onderzoek zou worden heropend en hervat, teneinde acht getuigen, onder wie [getuige 1], ter 's hofs terechtzitting te horen, omdat het hof zich onvoldoende ingelicht achtte. [Getuige 1] heeft aan de oproep om als getuige ter 's hofs terechtzitting te verschijnen geen gevolg gegeven. Uit eerdergenoemde brieven van 3 en 21 november 1999 van haar vader, waarbij gevoegd een schrijven van de getuige zelf, leidt het hof af, dat getuige grote emotionele bezwaren heeft om wederom - thans ter terechtzitting van het hof - "haar verhaal te doen"; zij wil er het liefst niet meer aan denken en niet meer over praten. Weliswaar heeft verdachtes raadsman het belang beklemtoond dat de verdachte heeft bij het horen van de getuige [getuige 1], doch daar staat tegenover:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68, en de alinea staat in dat document op bytes 21992 tot 23027.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68 | shasum -a 256