Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0439.

Ten overvloede kan nog worden opgemerkt dat 's hofs oordeel om af te zien van het horen van de getuige [getuige 1] geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, in het bijzonder niet van art. 6 EVRM, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Zulks gelet op de (jonge) leeftijd en door het hof vastgestelde emotionele geestestoestand van [getuige 1], op grond waarvan het hof klaarblijkelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat van deze getuige redelijkerwijze niet kon worden gevergd dat zij zich opnieuw diende bloot te stellen aan een voor haar belastende verhoorsituatie enerzijds, en het feit dat verzoekers toenmalige raadsman in de gelegenheid is geweest om vragen te stellen aan deze getuige alsook dat de verklaring van deze getuige voorts voldoende steun vindt in de andere door het hof gebezigde bewijsmiddelen anderzijds.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68, en de alinea staat in dat document op bytes 24735 tot 25593.