Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0439.

Voorts kan uit die processen-verbaal volgen dat verzoeker telkens in de gelegenheid is gesteld om nadere vragen aan de aldaar gehoorde getuigen te stellen. Van een schending van art. 6 lid 3 EVRM is dan ook geen sprake.(9) De enkele omstandigheid dat de voorzitter van het hof "op voorhand heeft besloten" tot de in cassatie gewraakte gang van zaken, kan hieraan niet afdoen, nu het moment van een zodanige beslissing niet redengevend kan zijn voor een schending als evenbedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68, en de alinea staat in dat document op bytes 27050 tot 27543.