Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0439.
De klacht dat de voorzitter van het hof de getuigen tezeer in bescherming heeft genomen door hun te verzekeren dat het wel de laatste keer zou zijn dat zij gehoord zouden worden, waardoor ook nog eens voorbarige toezeggingen zouden zijn gedaan, mist in zoverre ieder belang dat de verdediging niet heeft aangedrongen op het nogmaals horen van de getuigen. Gelet op de omstandigheid dat het gaat om meest jeugdige getuigen, die voor de zoveelste keer in het belang van de verdediging moesten verklaren over schaamtevolle gebeurtenissen die hen waren overkomen is het begrijpelijk dat de voorzitter de getuigen heeft trachten gerust te stellen op de wijze zoals in het proces-verbaal van de terechtzitting is weergegeven. Op geen enkele wijze kan blijken dat deze mededelingen van de voorzitter de verdediging in enig recht hebben beknot of de getuigen op onoirbare wijze hebben beïnvloed. De enkele mededeling van verdachte dat hij de vraagstelling door de leden van het hof aan de getuigen als suggestief heeft ervaren is te weinig specifiek om als grondslag voor een klacht in cassatie te kunnen dienen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68, en de alinea staat in dat document op bytes 27886 tot 29004.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a397e28a3bb17e0a1dcfccd266ef8b2750099abf56fc74ab16a903e247a76f68 | shasum -a 256