Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0494.

3. Nu het cassatieberoep van de procureur-generaal zich richt tegen de vrijspraak van feit 3 moet, gelet op art. 430, eerste lid, Sv, eerst worden bepaald of de procureur-generaal in dat beroep kan worden ontvangen. Daartoe dient te worden onderzocht of de gegeven vrijspraak een andere is dan die welke wordt bedoeld in de hierboven vermelde wetsbepaling. Een vrijspraak, gegeven op een geldige dagvaarding, uitgebracht door een ontvankelijk Openbaar Ministerie, door een rechter die tot het vellen van een oordeel omtrent het al dan niet bewezen zijn van het tenlastegelegde gerechtigd was, kan in cassatie slechts worden getoetst indien de rechter bij het geven van zijn beslissing de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten, en aldus van iets anders heeft vrijgesproken dan was tenlastegelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c708bd2b7ad664514a2e9c1ff101dba0dee9d6c6991fdd39d680c920d4853c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c708bd2b7ad664514a2e9c1ff101dba0dee9d6c6991fdd39d680c920d4853c4, en de alinea staat in dat document op bytes 5531 tot 6349.