Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0494.

10. Waar het blijkens de hiervoor geciteerde passage uit de parlementaire geschiedenis om draait is of degene die handelingen als omschreven in art. 10a, eerste lid, Opiumwet verricht daarmee beoogt (curs. v. NJ) een misdrijf als bedoeld in art. 10, derde of vierde lid, Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen. Als iemand voorbereidingshandelingen verricht die de invoer van heroïne in Nederland beogen is dat strafbaar. Dat het daadwerkelijk heroïne is hoeft niet vast te staan, als maar vaststaat dat de intentie van de voorbereider op de invoer van heroïne is gericht en hij aan die intentie uiting heeft gegeven door een of meer van de in art. 10a, eerste lid, Opiumwet omschreven voorbereidings- of bevorderingshandelingen te verrichten (zie ook overweging 19 in de conclusie van mijn ambtgenoot Wortel vóór HR 28 maart 2000, griffienummer 01197/00/U(1)).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c708bd2b7ad664514a2e9c1ff101dba0dee9d6c6991fdd39d680c920d4853c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c708bd2b7ad664514a2e9c1ff101dba0dee9d6c6991fdd39d680c920d4853c4, en de alinea staat in dat document op bytes 12325 tot 13207.