Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0494.

Verder schrijft hij dat erop moet worden vertrouwd dat bij de samenwerking, gebaseerd op deze verdragen, Turkije bedoelde uitgangspunten respecteert. Dit wordt naar mijn mening ernstig betwist door de internationale gemeenschap. Voorts schrijft hij dat in het kader van de internationale criminaliteitsbestrijding door de politie en het openbaar ministerie op verschillende niveaus wordt samengewerkt met de Turkse autoriteiten en dat op basis van verdragsrechtelijke verplichtingen over en weer rechtshulp wordt verleend; dat ter uitvoering daarvan feitelijk wordt samengewerkt om zo doeltreffend mogelijk de onderzochte organisaties te kunnen aanpakken; dat de mate van samenwerking afhankelijk is van de intensiteit en omvang van de activiteiten van de onderzochte criminele organisatie zowel in Nederland alsook in Turkije, dat deze samenwerking over het algemeen naar tevredenheid verloopt, mede als gevolg van goede persoonlijke contacten; dat het voor zich spreekt dat de opsporingsautoriteiten in Nederland in de samenwerking met de Turkse opsporingsautoriteiten alert zijn op mogelijke signalen van corruptie of schending van de mensenrechten, hetgeen zowel geldt bij de feitelijke samenwerking tussen personen en instanties als bij de wijze van uitvoering van rechtshulpverzoeken en de verzoeken om informatie over en weer; dat indien er in een concreet geval signalen zouden zijn dat samengewerkt wordt met Turkse autoriteiten die corrupt zouden zijn, uiteraard terughoudendheid zal worden betracht, zoals dat in het algemeen het geval is in de internationale samenwerking. Uit deze brief kan mijns inziens worden afgeleid dat er wordt vermoed dat er iets aan de hand is op het gebied van de mensenrechten. Ik wil [betrokkene C] daarover horen. Verder wijs ik u op een brief van mr Ficq, voorzitter van het college van procureurs-generaal, die ik u, voorzitter, er hand stel (bij de stukken gevoegd). Hieruit volgt dat gefundeerd moet worden aangevoerd dat in Turkije mensenrechten worden geschonden bij de verkrijging van een verklaring van een getuige of verdachte. Die brief is een formalisering van iets wat in feite niet te controleren valt, maar de verdediging moet wel gefundeerd aanvoeren dat er is gemarteld. De Hoge Raad eist dat zulks aannemelijk wordt gemaakt en de feitenrechter moet vervolgens beslissen of dit voldoende aannemelijk is gemaakt. In elk geval moet onder omstandigheden onderzoek () worden verricht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c708bd2b7ad664514a2e9c1ff101dba0dee9d6c6991fdd39d680c920d4853c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c708bd2b7ad664514a2e9c1ff101dba0dee9d6c6991fdd39d680c920d4853c4, en de alinea staat in dat document op bytes 18097 tot 20548.