Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0494.

In het algemeen zal bewijs, dat is vergaard door samenwerking tussen Nederlandse politie-instanties en die van enig ander land, niet worden uitgesloten. Ook zal dit in beginsel niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Dit kan anders zijn indien in een concreet geval aannemelijk is geworden dat bewijsgaring heeft plaatsgevonden door schending van mensenrechten en met toepassing van naar Nederlandse maatstaven onaanvaardbare opsporingsmethoden. Zulks is in relatie tot de thans nog aan het oordeel van het hof onderworpen tenlastegelegde feiten niet aannemelijk geworden. Op grond daarvan wijst het hof het verzoek tot het horen van [betrokkene C], [betrokkene D], [betrokkene E] en [betrokkene F] als getuigen af."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c708bd2b7ad664514a2e9c1ff101dba0dee9d6c6991fdd39d680c920d4853c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c708bd2b7ad664514a2e9c1ff101dba0dee9d6c6991fdd39d680c920d4853c4, en de alinea staat in dat document op bytes 24833 tot 25589.