Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0518.

De lening was noodzakelijk om A B.V. een kans te bieden om te kunnen blijven voortbestaan. Een faillissement van A B.V. zou niet in het belang van de Stichting zijn geweest. De continuïteit van de onderneming betekent dat ook in de toekomst weer premies kunnen worden ontvangen, ter dekking van nieuw ontstane aanspraken. De lening is tot stand gekomen na zakelijke onderhandelingen tussen de Stichting en de directie van A B.V. Op het tijdstip waarop de leningsovereenkomst werd gesloten was nog niet te voorzien dat de lening niet geheel zou kunnen worden terugbetaald. Dit blijkt mede uit het feit dat B N.V. (...) bereid is geweest een even groot bedrag aan A B.V. te lenen. Hieraan doet niet af dat B N.V. tevens aandeelhouder was van A B.V. B N.V. treedt, als zakelijk handelende participatiemaatschappij, op om een maximaal rendement te behalen. Hierbij past het niet om, zoals in bepaalde gelieerde situaties wel kan gebeuren, leningen te verstrekken waarbij bij voorbaat vaststaat dat ze geheel of gedeeltelijk niet zullen worden terugbetaald. B N.V. had geen enkel belang bij verliesfinanciering. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06, en de alinea staat in dat document op bytes 11073 tot 12199.