Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0518.

2.8. Nu kan ik r.o. 5.2. van de bestreden uitspraak naar de letter niet anders lezen dan dat het Hof heeft aangenomen dat belanghebbende aan de BV de facto een geldlening van ƒ 1 miljoen heeft verstrekt, zij het dat zij dit heeft gedaan op grond van overwegingen buiten de sfeer van haar onderneming. Men zou dan verwachten dat dit feitelijke uitgangspunt ook het lot van belanghebbendes subsidiaire stelling had bezegeld; het lijkt immers de grondslag daaraan te doen ontvallen. Maar gelijk hiervoor onder 2.6. opgemerkt, heeft het Hof in r.o. 5.3. gekozen voor een andere wijze van afdoening van de subsidiaire stelling. Daarvan was het uitgangspunt dat belanghebbende een premierestitutie heeft verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06, en de alinea staat in dat document op bytes 20238 tot 20960.