Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0518.

5.2. De vraag is inderdaad of het Hof in het onderhavige geval niet te gemakkelijk is uitgegaan van het bestaan van een dringende morele verplichting die tot passivering in de openingsbalans noopt. Mij is in ieder niet geheel duidelijk geworden welk karakter de dringende morele verplichting van belanghebbende in de visie van het Hof heeft. Bij de term "dringende morele verplichting" denkt men al snel aan de natuurlijke verbintenis, bedoeld in art. 6 : 3, tweede lid, letter b, BW. Maar de aanduiding "natuurlijke verbintenis" gebruikt het Hof niet. Betekent dit, dat het Hof de dringende morele verplichting van belanghebbende niet zonder meer als een natuurlijke verbintenis beschouwde?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06, en de alinea staat in dat document op bytes 28244 tot 28950.