Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0518.
5.7. Toch behoeft deze tekortkoming niet tot vernietiging van 's Hofs uitspraak te leiden. Indien belanghebbende op 1 januari 1992 niet een dringende morele verplichting tot het toekennen van een premierestitutie aan de BV had, ontvalt naar mijn mening in de gedachtegang van het Hof de grond aan het zakelijke karakter van die restitutie. Het Hof heeft immers het zakelijke karakter van de premierestitutie nu juist gebaseerd op het bestaan van een dringende morele verplichting, die sinds 1987 bestendig was en ook op 1 januari 1992 nog door belanghebbende werd gevoeld. Mitsdien zou ook bij afwezigheid van een voor passivering kwalificerende dringende morele verplichting het eindoordeel van het Hof niet anders zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06, en de alinea staat in dat document op bytes 31467 tot 32209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bdffc5a87280c01944ec2d8ce1b27084e320c2f8b440eee0616f7ae9b201f06 | shasum -a 256