Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0605.
5.2. In hetgeen in hoger beroep aangevoerd is ter zake van de strafoplegging kan ik niets ontdekken wat de conclusie zou moeten dragen dat een beroep is gedaan op een voortgezette handeling. Niet is bijvoorbeeld betoogd dat alle runderen als gevolg van één wilsbesluit voorhanden waren. Aangevoerd is slechts dat het voorhanden hebben van mestrunderen maar één overtreding zou opleveren en niet evenzovele als er runderen voorhanden zijn. Het verbod zou, zo lees ik hetgeen in de pleitnota in hoger beroep onder nr. 13 over de strafmaat is aangevoerd, ook maar één keer overtreden zijn indien meerdere runderen voorhanden waren, ook als dat niet het gevolg was van een zelfde wilsbesluit. Wat is aangevoerd heeft dus betrekking op de uitleg van art.2 Verordening (PVV 1991) en niet op art.56 Sr. De verwijzing naar HR NJ 1962,333 gaat mijns inziens niet op omdat het in die zaak ging om het houden van dezelfde varkens op een plaats, waar dit verboden is, op zeven tijdstippen, vijf minuten van elkaar gescheiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30739f070f553b99ac5fafff077de75880b24ee5edae75a44c97b07a0eabaf21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30739f070f553b99ac5fafff077de75880b24ee5edae75a44c97b07a0eabaf21, en de alinea staat in dat document op bytes 10604 tot 11636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30739f070f553b99ac5fafff077de75880b24ee5edae75a44c97b07a0eabaf21 | shasum -a 256