Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0607.

Voorts is er op gewezen dat de feiten waaromtrent verzoeker verklaarde reeds via (het televisieprogramma) ‘Opsporing Verzocht’ bekend waren geworden, terwijl verzoeker inmiddels ook had kunnen beschikken over het voorgeleidings-proces-verbaal. De raadsman stelde dat gegevens uit dat proces-verbaal in de door verzoeker afgelegde verklaring zijn terechtgekomen, maar dat verschillende details kunnen worden weerlegd, onder meer aan de hand van getuigenverklaringen. De raadsman noemde voorts een laatste verhoor van verzoeker van 6 november 1998 waarbij deze verklaarde “dat hij zijn verklaring toch niet intrekt”, en stelde bang te zijn de namen van de echte daders te noemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f57d168942eccd282ce1c3f63574f2c0520f155d950f0e0a128c241dd1a7b02e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f57d168942eccd282ce1c3f63574f2c0520f155d950f0e0a128c241dd1a7b02e, en de alinea staat in dat document op bytes 8843 tot 9541.