Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0607.

13. Het stond het Hof voorts vrij om zijn (in cassatie te eerbiedigen) feitelijk oordeel dat de door verzoeker afgelegde verklaringen ongeloofwaardig zijn voor zover de strekking daarvan is dat hij niet méér heeft gedaan dan het aan anderen ter beschikking stellen van voorwerpen die bij de overval zijn gebruikt, mede ten grondslag te leggen aan zijn overtuiging dat verzoeker gehouden kan worden aan zijn bekentenis van medeplegen van het feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f57d168942eccd282ce1c3f63574f2c0520f155d950f0e0a128c241dd1a7b02e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f57d168942eccd282ce1c3f63574f2c0520f155d950f0e0a128c241dd1a7b02e, en de alinea staat in dat document op bytes 15173 tot 15634.