Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0607.

14. Waar in de toelichting op het middel ten slotte wordt gesteld dat het ‘opvallend’ is dat ook een broer van verzoeker een bekentenis heeft afgelegd zonder veroordeeld te zijn, en dat verzoeker het begaan van het feit heeft erkend uit angst voor het noemen van de werkelijke daders van de overval, wordt een beroep gedaan op omstandigheden waaromtrent in feitelijke aanleg niets is vastgesteld, zodat die niet in het oordeel van de Hoge Raad betrokken kunnen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f57d168942eccd282ce1c3f63574f2c0520f155d950f0e0a128c241dd1a7b02e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f57d168942eccd282ce1c3f63574f2c0520f155d950f0e0a128c241dd1a7b02e, en de alinea staat in dat document op bytes 15654 tot 16139.