Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0607.

25. De steller van het middel zal moeten worden nagegeven dat het opmerkelijk is dat het overlijden van het slachtoffer in bewijsmiddel 5 is aangeduid als een ‘natuurlijke dood’, welke omschrijving door het Hof in de aan de causaliteit gewijde bewijsoverweging is overgenomen. Dat neemt niet weg dat de bewijsmiddelen steun geven aan de opvatting dat deze ‘natuurlijke dood’ is ingetreden door de spanningen waaraan het slachtoffer is blootgesteld. Dat maakt ’s Hofs feitelijk oordeel dat die emoties zijn veroorzaakt door het bewezenverklaarde handelen niet onbegrijpelijk. De begrijpelijkheid van dat oordeel wordt naar mijn inzicht niet aangetast door hetgeen in het dossier te vinden is maar niet tot bewijs is gebezigd. Ik deel niet de opvatting van de steller van het middel dat daaruit ‘overduidelijk’ volgt dat het slachtoffer de door de overval opgeroepen emoties reeds geheel en zonder nadelige gevolgen had verwerkt toen hij in het ziekenhuis arriveerde. De gebezigde bewijsmiddelen laten de gerede mogelijkheid open dat van zulke volledige verwerking van de spanningen ten gevolge van de beroving juist geen sprake is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f57d168942eccd282ce1c3f63574f2c0520f155d950f0e0a128c241dd1a7b02e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f57d168942eccd282ce1c3f63574f2c0520f155d950f0e0a128c241dd1a7b02e, en de alinea staat in dat document op bytes 25720 tot 26885.