Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0609.

Het hof verwerpt dit betoog. Waar ter terechtzitting in eerste aanleg de voeging van de afzonderlijk aangebrachte zaken A en B is bevolen en de rechtbank bij gelegenheid van een veroordeling terzake van de aldus gevoegd tenlastegelegde feiten en de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf heeft toegewezen, is voldaan aan de vereisten die door artikel 14g van het Wetboek van Strafvordering aan toewijzing van een dergelijke vordering worden gesteld. De strekking van artikel 14g in samenhang met artikel 407 van het Wetboek van Strafvordering brengt evenwel niet mee dat in geval het hoger beroep niet alle gevoegde zaken betreft, de toewijzing van meerbedoelde vordering opnieuw afhankelijk wordt gesteld van veroordeling terzake van het tenlastegelegde in de zaak waarbij zij aanvankelijk aan de rechter werd voorgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ffde08c67f0c52d47d40bf93a688ebab4dac537545654c744c1bfc0ed9ecfa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ffde08c67f0c52d47d40bf93a688ebab4dac537545654c744c1bfc0ed9ecfa7, en de alinea staat in dat document op bytes 7107 tot 7984.