Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0609.
16. Een bevel tot (gedeeltelijke) tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf, wijziging van de voorwaarden etc. kan op grond van art. 14g Sr worden gegeven 'na de ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie'. Deze zinsnede beoogt tot uitdrukking te brengen dat de rechter bij de beoordeling van de vordering een grote vrijheid toekomt. In de Memorie van Antwoord wordt gesteld dat de bedoeling van art. 14g, eerste lid, Sr is de rechter de vrijheid te geven om, ongeacht waartoe het openbaar ministerie precies vordert, zelf te bepalen óf hij tenuitvoerlegging zal gelasten en zo ja, in welke mate en vorm. (4) Verder geeft art. 14i, zesde lid, Sr het openbaar ministerie de bevoegdheid gedurende het onderzoek zijn vordering te wijzigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ffde08c67f0c52d47d40bf93a688ebab4dac537545654c744c1bfc0ed9ecfa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ffde08c67f0c52d47d40bf93a688ebab4dac537545654c744c1bfc0ed9ecfa7, en de alinea staat in dat document op bytes 15506 tot 16285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ffde08c67f0c52d47d40bf93a688ebab4dac537545654c744c1bfc0ed9ecfa7 | shasum -a 256