Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0610.
Bijna twintig jaar geleden heeft de Hoge Raad zich gebogen over een zaak waarin iemand met een gemotoriseerde zeilvlieger de luchtvaart had uitgeoefend terwijl dat zeilvliegtuig niet was voorzien van een geldig bewijs van inschrijving als bedoeld in art. 5 Luchtvaartwet, en met dat zeilvliegtuig was geland op een speelweide (HR NJ 1981, 642 m.nt. ThWvV). De Hoge Raad besliste dat de rechtbank terecht de gemotoriseerde zeilvlieger als een luchtvaartuig in de zin van art. 1 onder b Luchtvaartwet had aangemerkt en niet als een toestel, niet zijnde een luchtvaartuig, als bedoeld in het toenmalige art. 118 KB van 22 jan. 1959 "Regeling Toezicht Luchtvaart" (Stb. 67). Dat art.118 luidde indertijd aldus:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae7316ee3ee36d22133dd00fe898b455e584bdf41318554a3bbed6462c95c6f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae7316ee3ee36d22133dd00fe898b455e584bdf41318554a3bbed6462c95c6f0, en de alinea staat in dat document op bytes 15649 tot 16368.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae7316ee3ee36d22133dd00fe898b455e584bdf41318554a3bbed6462c95c6f0 | shasum -a 256