Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0630.

5.29. Ten slotte klaagt middel I van belanghebbende over r.o. 5.5.6., waarin het Hof de uitbreiding van de navorderingstermijn in voorwaarde 16 niet onredelijk en niet ongeoorloofd heeft geoordeeld. Ook deze klacht faalt naar mijn mening. Ik zie niet in dat en waarom voorwaarde 16 in dit opzicht de bevoegdheid van de Staatssecretaris, berustend op art. 15, derde lid, Wet Vpb. 1969, te buiten gaat. Evenmin zie ik dat en waarom voorwaarde 16 in dit opzicht in strijd komt met beginselen van behoorlijk bestuur. En dat de wettelijke navorderingstermijn niet van openbare orde is, zodat er onder omstandigheden van mag worden afgeweken, is duidelijk geworden uit HR 2 juli 1986, BNB 1986/291, HR 15 juli 1996, BNB 1996/332 en HR 22 april 1998, BNB 1998/214.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157b710f052e7341bcd78b25995246466ab8323fc9600bc7675f4242c26dedaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157b710f052e7341bcd78b25995246466ab8323fc9600bc7675f4242c26dedaa, en de alinea staat in dat document op bytes 43173 tot 43943.