Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0630.

4.2. Belanghebbende heeft voor het Hof de verbindendheid van de voorwaarde bestreden. Zij heeft daartoe gesteld dat de uitsluiting van de mogelijkheid van de dochtermaatschappij tot verrekening van eigen voorvoegingsverliezen met belastbare winsten van na de ontvoeging, zonder dat de dochtermaatschappij de mogelijkheid heeft bewijs te leveren dat laatstbedoelde belastbare winsten geen gerealiseerde "verschoven stille reserves" bevatten, een onevenredig zware maatregel is om het door de voorwaarde nagestreefde doel te bereiken. De Inspecteur heeft erkend dat de voorwaarde een zekere ruwheid heeft. Hij heeft de noodzaak daarvan echter verdedigd met een beroep op doelmatigheidsgronden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157b710f052e7341bcd78b25995246466ab8323fc9600bc7675f4242c26dedaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157b710f052e7341bcd78b25995246466ab8323fc9600bc7675f4242c26dedaa, en de alinea staat in dat document op bytes 16437 tot 17141.