Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001
Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0630.
"(...) Bij de beantwoording van de vraag of de bestreden beschikking een voorwaarde van de Staatssecretaris van Financiën behelst die leidt tot een willekeurige en onredelijke belastingheffing, waarop de wetgever met het bepaalde in artikel 15 van de Wet niet het oog kan hebben gehad, acht het Hof de ontstaansgeschiedenis van artikel 15 van belang, in samenhang met die van artikel 30, tweede lid, van de Wet. Naar het oordeel van het Hof kan daaruit worden afgeleid dat de wetgever zich bij de totstandkoming van de Wet ervan bewust is geweest dat artikel 15, derde lid, van de Wet ook als basis zou gaan fungeren voor een bepaling als voorwaarde 16, waarmee eenzelfde doel wordt nagestreefd als met artikel 30, tweede lid, van de Wet. Bij de aanvaarding van deze laatste bepaling heeft de wetgever gekozen voor een tamelijk ruw werkende sanctie op ongewenste vermogensverschuivingen binnen de fiscale eenheid. Naar het oordeel van het Hof wijkt voorwaarde 16 niet in zodanige mate af van artikel 30, tweede lid, van de Wet, dat aannemelijk zou zijn te achten dat de wetgever in zoverre niet het oog op deze voorwaarde kan hebben gehad. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157b710f052e7341bcd78b25995246466ab8323fc9600bc7675f4242c26dedaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157b710f052e7341bcd78b25995246466ab8323fc9600bc7675f4242c26dedaa, en de alinea staat in dat document op bytes 27804 tot 28965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/157b710f052e7341bcd78b25995246466ab8323fc9600bc7675f4242c26dedaa | shasum -a 256