Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0635.
2.4. De hiervóór onder 2.2. bedoelde aanduiding van de aard van de te stellen voorwaarden is echter niet erg scherp. Welke belasting precies mag door middel van de voorwaarden worden zeker gesteld? Het kan naar mijn mening in geen geval gaan om de vennootschapsbelasting welke wèl verschuldigd zou zijn indien geen fiscale eenheid bestond, doch welke niet verschuldigd is bij gebruik van een fiscale eenheid overeenkomstig de bedoeling van de wetgever. Ware dit anders, dan zou de Minister door het stellen van voorwaarden toch weer afbreuk kunnen doen aan het recht van belastingplichtigen op de voordelen van een fiscale eenheid. Daarom onderschrijf ik niet de zienswijze van Verburg, die het "bijna een illusie" acht te menen dat zich een op de aanvang, het bestaan en het einde van de fiscale eenheid betrekking hebbende voorwaarde laat denken, die niet binnen de ruime omschrijving van art. 15, derde lid, Wet Vpb. 1969 zou vallen.(26)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7, en de alinea staat in dat document op bytes 33677 tot 34634.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7 | shasum -a 256